Waarom ik juist niet op bezoek ging bij het meisje dat we sponsoren.

 



‘Takulandilani! Welcome!’ Met een grote glimlach steekt Charity haar elleboog naar me uit. Een gebaar dat ik beantwoord door er met mijn elleboog een tikje tegenaan te geven. Ook hier is de gebruikelijke begroetingsknuffel vervangen door een virus-vriendelijke versie. Charity wijst naar een rieten mat die op de veranda voor haar huis ligt. ‘Ga daar maar zitten’ zegt ze. Zelf haalt ze nog een bak met verse mango’s en wat water. ‘Zodat we geen honger en dorst krijgen.’

Samen met haar man, drie kinderen en pleegdochter woont Charity in een van de gebieden in Malawi waar Red een Kind actief is. Ze nemen zelf ook deel aan het dorpsprogramma. Vol vuur vertelt ze over de ouderschapscursus die ze samen met haar man doet. ‘De cursus heeft me geholpen om een betere moeder te zijn’. Terwijl we mango’s eten en toekijken hoe haar zoontjes een ingewikkeld spelletje spelen praten we over de mooie en minder mooie kanten van het moederschap.  

Mijn gedachten dwalen af naar een ander meisje uit het dorp. Ze is ongeveer even oud en waarschijnlijk ongeveer even groot. Misschien kennen ze elkaar wel. Ik ken haar ook, maar eigenlijk ook weer niet. Ik krijg soms post van haar. Een foto, en een berichtje van hoe het met haar gaat. Via Red een Kind sponsoren we haar en het lijkt me best leuk om haar te ontmoeten. Ze woont in hetzelfde gebied, en ik ben in de buurt. Dus ik had het kunnen doen. Maar ik deed het niet.

Lastige afweging

Het is een lastige afweging. Het is denk ik logisch, en natuurlijk, dat je mensen wil leren kennen, een relatie met ze wil aangaan. Maar kan dat eigenlijk wel als de basis een van afhankelijkheid is? En voor wie zou dat bezoek eigenlijk zijn? Het meisje zelf had zich waarschijnlijk achter haar moeders benen verstopt maar uiteindelijk, met een beetje hulp van de meegebrachte cadeautjes, zou ik haar vertrouwen kunnen winnen. Haar moeder zou me een feestmaal voorzetten, meer dan ze zich eigenlijk kon veroorloven. We zouden samen mooie foto’s maken, zij wat onwennig, bij mij op schoot, haar nieuwe pop onder haar arm geklemd.  En ik had dan beloofd dat ik de foto’s zou afdrukken en naar haar op zou sturen.

Maar als ik thuis was zou ik dat waarschijnlijk al weer vergeten zijn. Wat ik natuurlijk wel had gedaan was de foto van ons samen op social media plaatsen, met een tekst erbij over de impact die het bezoek op mij had gehad. Hoe ik was geraakt door de eenvoudige omstandigheden waarin ze leven en hoe ze toch zo blij en gelukkig kon zijn. Een waar voorbeeld voor mij en mijn gezin. En terwijl ik, met een nederige trots, alle berichtjes zou beantwoorden en zag hoe veel likes ik kreeg, deed de moeder de afwas. Met haar handen in het sop vroeg ze zich af of haar dochter het haar kwalijk zou nemen dat ze haar nooit iets extra’s kon toestoppen. Achter het huis zou de vader voor zich uit staren. Was hij wel genoeg voor zijn gezin? Deed hij wel genoeg? Waarom lukte het hem nou niet om zijn dochter en vrouw alles te geven wat ze nodig hadden. Het meisje zelf zou al in bed liggen, haar nieuwe pop in haar armen, de nieuwe rugzak naast haar bed. Ze zou zich niet bewust zijn van alle hartjes en likes die haar verlegen glimlach opriepen maar zou denken aan die witte mevrouw die vandaag gekomen was. Mama had haar verteld dat ze door die mevrouw genoeg te eten hebben en naar school kon. ‘Witte mensen zijn goed’ zou ze denken. ‘Beter dan wij.’

Blijvende verandering

Ik had haar dus kunnen opzoeken, maar ik deed het niet. Want het meisje dat ik sponsor heeft ouders die met liefde voor haar zorgen. Alleen leeft het gezin in de vicieuze cirkel van armoede. Dit is vaak een negatieve spiraal waardoor een helpende hand en naastenliefde heel erg welkom zijn om uit de armoede te kunnen groeien. Want wat ik juist zó mooi vind aan de projecten van Red een Kind is dat met de hulp van sponsors, ouders handvatten krijgen om zélf de armoede te doorbreken. Het sponsorkind is eigenlijk een soort ambassadeur die vertelt wat er door het project verandert in zijn of haar dorp. Op die manier verbetert met de steun van sponsors niet alleen maar het leven van een enkeling, maar voor iedereen! En omdat in de projecten ouders handvatten krijgen, weer in zichzelf gaan geloven en met elkaar een toekomst opbouwen is de verandering ook blijvend. De steun van sponsors verandert zo niet het leven van één kind, maar van alle kinderen in een gebied en ook voor komende generaties. Op afstand kan ik dus ook bijdragen aan een betere toekomst. Een betere toekomst niet alleen voor het kind dat ik sponsor, maar ook een betere toekomst voor hun gezin en de andere mensen uit het dorp.

 

Charity is één van die ouders in de projecten van Red een Kind. Het gesprek met haar was één van gelijkwaardigheid. We ontmoetten elkaar als moeders en kwamen erachter dat onze werelden op het eerste gezicht misschien mijlenver uit elkaar lijken te liggen maar dat we, in de essentie veel meer gemeen hebben dan we dachten. Het moederschap werkte als een brug waar we elkaar in het midden konden ontmoeten. We zijn nieuwsgierig naar elkaars ervaring en zijn open en eerlijk over onze onzekerheden en twijfels. Het is een fijn gesprek. Terwijl we praten kruipt haar jongste dochter bij haar op schoot. Ik zie hoe haar ogen langzaam zwaar worden en dan valt ze in slaap op het veiligste plekje dat ze kent.

Over deze ontmoeting schreef ik een artikel dat je kunt lezen in het tijdschrift ‘Supermam’ dat je via Red een Kind nu tijdelijk gratis kan aanvragen Via deze link.