vrijdag 15 juli 2011

Madagascar, niet in een hokje te stoppen....

Een paar dagen na mijn thuiskomst vanuit Madagaskar zijn mijn hersenen nog altijd in de war. Ze proberen nog altijd om Madagaskar in een woord te vangen, om een passende beschrijving te vinden. Maar ze hebben het moeilijk. De kleurrijke riksja’s, de Indonesisch en Chinees uitziende mensen en de eindeloze rijstvelden deden me geloven dat ik in Azië was. Terwijl Madagaskar op andere momenten onmiskenbaar Afrika is. De stoffige zandwegen, de rode aarde, marktjes met bananen en papaja en donker gekleurde mensen met afro-haar. Heel af en toe waande ik me, door de ouderwetse renaultjes die overal als taxi rondrijden en door het verse stokbrood dat op elke straathoek verkocht wordt, zelfs in Frankrijk.

Ik denk dat ik dit enorme eiland gewoon in zijn waarde moet laten en accepteren dat de boeiende mix van volkeren, culturen en landschappen niet in een hokje te stoppen is. Madagaskar is een uniek land, dat onder invloed van vele landen en volken een eigen identiteit ontwikkeld heeft, onvergelijkbaar met enig ander land in de wereld.

De hoofdstad Antananarivo, is een stad als geen ander. Haar hoge, smalle huisjes, gemaakt van lokaal geproduceerde bakstenen en vaak geverfd in felle kleuren, zijn gebouwd op 12 steile heuvels. Smalle natuurstenen straatjes, eindeloos steile trappen en talloze steegjes vormen samen een doolhof waarin het een feest is om te verdwalen. ‘Tana’ is haast een prentenboek waarin houten balkonnetjes, mooie luiken, uitbundig bloeiende bloemen en kleurrijke mensen de hoofdrol spelen. Elke hoek die je om gaat herbergt een nieuwe verassing en bovenaan iedere trap is een betoverend uitzicht. Het grootste deel van de tijd hebben we doorgebracht in Mahajanga, een havenstadje aan de Indische oceaan. Een brede promenade om over te paraderen, uitgestrekte stranden met palmbomen waar slimme verkopers je verse kokosmelk verkopen, grote koloniale huizen en overal fruitmarkten. Een ideale vakantiebestemming.

De keerzijde van dit verhaal is dat dit betoverend mooie eiland een van de armste landen ter wereld is. En dat is overal te merken. Voor een van onze hotels was iedere dag een meisje van een jaar of vier dat in een groezelig jurkje, met haar babyzusje in haar armen, om geld bedelde. Haar duidelijk nog jonge moeder stond haar op een afstandje aan te moedigen. Waarschijnlijk zou zal ze nooit naar school gaan, het enige wat ze geleerd had was om met een pruillipje haar hand op te houden in de hoop dat iemand haar wat zou geven. En ze was een van de velen. In een van de sloppenwijken bezochten we een kerk, die onze kerk had helpen bouwen. Overal hing de penetrante geur van het open riool en het was schokkend om te zien hoe jonge kinderen in het rioolwater aan het spelen waren, tot hun knietjes in de uitwerpselen van anderen. We bezochten vele klinieken en ziekenhuisjes en de kwaliteit daarvan was om te huilen. Vies, zonder elektriciteit of stromend water en onderbemand. Een van de momenten die ik nooit zal vergeten was toen ik een van de verloskundigen vroeg of ik de verloskamer mocht zien. Ze ging de sleutel zoeken en kwam een half uur later terug met de mededeling dat ze hem niet kon vinden. Ik vroeg haar wat ze zou doen als ik nu weeën had en op het punt stond om te bevallen. Laconiek deelde ze me mee dat ik dan maar op de stoep moest bevallen, dat gebeurde zo vaak.

Het doel van onze reis was om Madagaskar als land te leren kennen en om te kijken hoe onze kerk in de toekomst (medische) teams kan sturen om gericht hulp te verlenen. De nood was overweldigend, overal hadden mensen hulp nodig, maar het leek ook veelbelovend. We hebben een handvol prachtige mensen ontmoet. Mensen die met weinig veel proberen te doen. Mensen die niet hun hand ophielden en ons als wandelende goudmijn zagen maar mensen die vol trots hun kliniek, school of bedrijfje lieten zien. En dat zijn de mensen waarmee we willen samenwerken, mensen die geen problemen maar uitdagingen zien. Mensen die niet bij de pakken neer zijn gaan zitten maar die zelf al begonnen zijn en gewoon een duwtje in de rug nodig hebben. Onze hoop is dat we een team van ergo,- en fysiotherapeuten kunnen sturen naar een school voor lichamelijk gehandicapte kinderen. Om de onderwijzers en verzorgers te trainen in goede behandelmethoden. We willen de directeur van een ziekenhuis helpen bij het opzetten van een mobiele kliniek, waarmee hij moeilijk bereikbare dorpjes op marktdagen kan bezoeken om patiënten, die anders geen medische hulp zouden kunnen krijgen te kunnen behandelen. We willen diezelfde directeur ook helpen met het verbeteren van de infrastructuur in zijn eigen ziekenhuis zodat er een betere hygiëne en efficiëntie zal zijn. We willen een organisatie die traditionele vroedrouwen traint helpen om de training te verbeteren. En als laatste willen we een organisatie die verpleegkundigen en verloskundigen uitzend naar vissersdorpen aan de kust die alleen per boot bereikbaar zijn, helpen met goede training en protocollen om de zorg te verbeteren.

Genoeg plannen dus, de uitdaging is nu om dit concreet te maken en om andere mensen net zo enthousiast te maken als wij zodat we als kerk binnen afzienbare tijd terug kunnen gaan om de plannen in uitvoering te brengen. Madagascar is mijn hart binnengeslopen en ik kan alleen maar zeggen Madagascar, misaotra dia misaotra, mandra pihaona! (Madagaskar, heel erg bedankt en tot ziens!)

1 opmerking:

  1. Ik word vanop afstand enthousiast van al die plannen! (En blij dat je weer veilig bij Hartmut thuis bent ook)

    BeantwoordenVerwijderen