woensdag 15 juni 2011

Nog lang en gelukkig?

Ik denk dat velen verwachtten, of in ieder geval hoopten, dat deze blog zou gaan over hoe het kindje van D. geboren zou worden en welkom zou zijn. Dat haar vriendje er bij was en dat hij probeerde een goede vader zou zijn. Dat de familie het kindje accepteerde en misschien zelfs dat iemand een grote donatie gedaan had zodat er genoeg geld zou zijn voor kleertjes, luiers en andere baby benodigdheden. Dat we een traantje weg konden pinken als het ‘en ze leefden nog lang en gelukkig’ geklonken had.

Maar dat schrijven zou de waarheid geen eer aan doen. Helaas niet. D. is terug naar huis gegaan, waar ze het liefste heen wilde. De laatste keer dat ik haar aan de telefoon had was ze op een feestje, ze klonk aangeschoten en zei dat ze gelukkig was. Waarschijnlijk zal haar kindje geboren worden en dezelfde omstandigheden als waarin zij zelf geboren is, zonder vader, met een moeder die nog niet klaar is voor het moederschap. Zoals zoveel van de Zuid Afrikaanse kinderen. Waarschijnlijk zal ze na de bevalling niet meer terug gaan naar school, ze zal voor haar kindje zorgen en over een jaar of twee zal nummer twee op komst zijn. Zoals bij zo veel Zuid Afrikaanse tienermeisjes.

Hebben wij als hulpverleners gefaald? Hadden we haar in Kaapstad moeten houden om er voor te zorgen dat ze haar zwangerschap zonder al te veel problemen doorkwam? Hadden we nog langer met haar moeten vechten, zodat ze uiteindelijk op zou geven en zich schikken in haar lot?

Ik heb D. leren kennen als een bang meisje, dat, hoewel ze wist dat ze zwanger was, het altijd probeerde te ontkennen. Ze wilde er niet mee geconfronteerd worden. Op een dag liep ik met haar door een druk centrum. Uiteraard kwamen we een paar zwangere vrouwen tegen en ik zag dat haar ogen de dikke buiken volgde. Ik vroeg telkens waar ze naar keek, en telkens zei ze dat ze nergens naar keek. Maar haar ogen werden groter en haar gezicht werd als maar banger. Tot ze vroeg ‘ ik krijg toch niet zo’n grote buik?’. Ze dacht nog altijd dat het haar niet zou overkomen, dat hoewel ze zwanger was het niet zó erg zou zijn dat mensen het zouden kunnen zien. Ze voelde zich gevangen in het vluchthuis. Wilde niet geholpen worden want ze vond niet dat ze een probleem had. Kun je zulke meisjes helpen? Moet je zulke meisjes helpen? Kun je zulke meisjes uit hun vertrouwde wereld halen omdat jij denkt dat het beter is?

In onze ogen kwam ze uit een enorm arm gezin, zonder genoeg eten, zonder kansen. Maar dat was waar ze gelukkig was, waar ze uiteindelijk ook terug mocht komen. Oom is bijgedraaid, tante heeft aangeboden om D. te helpen. Is het dan aan ons om te zeggen dat ze beter in Kaapstad kan blijven?

Ik zou willen dat elk verhaal een succesverhaal was. Maar een van de belangrijkste dingen die ik geleerd heb in dit werk is dat er een groot verschil is tussen mijn doelen en mijn verlangens. Het kan niet mijn doel zijn om alle meiden te helpen. De meiden hebben daarin zelf namelijk ook een rol, als ze niet geholpen worden is het afgelopen, heb ik niets meer te doen. Als het mijn doel zou zijn zou ik iedere keer het gevoel hebben dat ik gefaald had. Mijn doel is om de meiden een veilige plek aan te bieden, klaar voor ze te staan en ze een hand geven als ze dat nodig hebben. Mijn verlangen is dat ze die hand aanpakken om de weg te lopen naar een zonniger toekomst. Maar alleen als ze er zelf klaar voor zijn….

3 opmerkingen:

  1. Je hebt haar zoveel mogelijkheden gegeven en hoewel het geen 'happy end' is, vind ik het einde toch mooi. Ze mag bij haar familie leven, ze is nog steeds zwanger en ze weet dat er mensen zijn die haar kunnen helpen. Vooral dat laatste betekent volgens mij enorm veel voor haar, dat ze niet alleen is.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Dat op zich is al een heel mooi doel, hoewel vaak ondankbaar...

    BeantwoordenVerwijderen